Wie zijn erfgenaam?

WIE ZIJN ERFGENAAM?

WETTELIJK OF TESTAMENTAIR ERFRECHT

 

U heeft kunnen lezen dat we in essentie twee soorten erfrecht onderscheiden, namelijk het:

 

  • testamentaire erfrecht (uiterste willen);
  • versterferfrecht (volgens de wet).

 

Erfrecht is primair geregeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek. Titels 1-3 hebben betrekking op het wettelijke erfrecht en Titel 4 op het testamentaire erfrecht. In Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek treft u bepalingen aan over gemeenschappen. Als u niets regelt - waarmee wordt gedoeld op het (laten) opmaken van een testament - dan is het wettelijke erfrecht van kracht. In feite is het dus regelend van aard, want u mag er alleszins van afwijken.

 

WIE ERFT ER?

 

Afwikkelen van een nalatenschap zonder testament

 

Volgens artikel 4:10 van het Burgerlijk Wetboek zijn uw wettelijke erfgenamen:

 

  1. de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot tezamen met de kinderen;
  2. de ouders tezamen met broers en zussen;
  3. grootouders;
  4. overgrootouders.

 

De nummering duidt op onderlinge voorrang. Zolang er iemand in één van de hogere categorieën in leven is en de nalatenschap aanvaardt, erven de personen in de lagere categorieën niet. Daarbij wordt rekening gehouden met plaatsvervulling. De hierna te noemen wettelijke verdeling van artikel 4:13 van het Burgerlijk Wetboek kan spelen, waardoor de echtgenoot of geregistreerd partner alle goederen van de nalatenschap kan verkrijgen.

 

WAT IS PLAATSVERVULLING?

 

Het wettelijke erfrecht kent het beginsel van 'plaatsvervulling'. Plaatsvervulling houdt in, zoals het woord al doet vermoeden, dat er iemand in de plaats kan treden van één van de erfgenamen, bij het vooroverlijden van die erfgenaam.

 

Op grond van artikel 4:10 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek kunnen afstammelingen van een kind, broer, zus, grootouder of overgrootouder diens plaats innemen, indien de voorouder reeds is overleden als de nalatenschap openvalt. Bloedverwantschap zoals het erfrecht dit opvat, houdt volgens lid 3 van dat artikel in, dat er een 'familierechtelijke' relatie bestaat tussen de overledene en de erfgenaam. Deze relatie kan dus ook bestaan door adoptie, waarbij er sowieso geen sprake is van bloedverwantschap in medische zin.

 

GELDT PLAATSVERVULLING OOK BIJ TESTAMENT?

 

Het korte antwoord op deze vraag luidt: 'Nee'. Dat wil zeggen, tenzij u de regels van plaatsvervulling van overeenkomstige toepassing verklaart in het testament. Is dat niet het geval, dan volgt het testament de regels van 'aanwas'. Het afwikkelen van een nalatenschap met testament gebeurt volgens andere spelregels dan wanneer er geen testament zou zijn geweest.

 

Artikel 4:48 van het Burgerlijk Wetboek schrijft - sterk vereenvoudigd - voor dat, indien twee of meer personen recht hebben op hetzelfde, voor een deel of geheel en één van hen geen aanspraak kan maken (bijvoorbeeld door overlijden), de anderen gezamenlijk dat deel ontvangen, te verdelen al naar gelang hun eigen erfdelen. Afstammelingen van in uw testament benoemde erfgenamen erven dus niet automatisch wanneer de voorouder is vooroverleden!

 

BESCHERMING VAN DE PARTNER (WETTELIJKE VERDELING)

 

In 2003 is het erfrecht drastisch gewijzigd. Eén van de grote problemen uit het oude erfrecht, was dat de partner of echtgenoot onvoldoende bescherming genoot. De erfdelen werd direct uitgekeerd aan de kinderen, met tot gevolg dat de in gemeenschap van goederen gehuwde partners soms in grote problemen terechtkwamen. Zij moesten immers de helft van die gemeenschap - laten we zeggen moeders deel - uitkeren aan de kinderen.

 

Artikel 4:13 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat, indien de echtgenoot of geregistreerd partner en de kinderen de erfgenamen zijn (dit is op grond van de wet het geval, voor zover hiervan bij testament niet wordt afgeweken), het vruchtgebruik van de erfdelen van de kinderen naar de partner gaat en dat deze pas opeisbaar zijn direct na diens overlijden. Op grond van artikel 4:19 van het Burgerlijk Wetboek kunnen de kinderen ook hun rechten doen gelden bij hertrouwen van de langstlevende ouder; dit zijn de zogenoemde wilsrechten.

 

FIDEÏ-COMMIS OF TWEETRAPSMAKING

 

Een tweetrapsmaking, ook wel een making 'over de hand' genoemd, is een making onder de ontbindende voorwaarde van overlijden voor de bezwaarde en daarbij aansluitende opschortende voorwaarde voor de verwachter. Makingen onder voorwaarde zijn gecodificeerd in artikel 4:45 lid 2 BW. Bij een tweetrapsmaking wordt door de testateur (de erflater die een testament heeft) meerdere malen over zijn nagelaten goederen beschikt in die zin, dat het recht van de eerstgeroepen erfgenaam uiterlijk bij diens overlijden eindigt en dat daarna anderen als erfgenaam opkomen indien zij dan nog in leven zijn. De gesubstitueerde erfgenaam (degene die de andere opvolgt) wordt ná de bezwaarde tot de nalatenschap geroepen en niet 'in plaats van' de bezwaarde.

 

Indien een bewaarplicht is opgelegd, wordt wel gesproken van een 'gewone' tweetrapsmaking, daar waar men spreekt van een tweetrapsmaking met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid indien de bezwaarde de bevoegdheid heeft gekregen om te verkopen en in te teren op het vermogen.

LUMINIS

ADVIES & VERMOGENSBEHEER

 

Executele & Vereffening

Testamentair bewind

Professioneel beschermingsbewind

Estate Planning

Erfrechtelijk advies

LinkedIn

NEEM CONTACT OP

Hazelaarstraat 8,

2404 VR Alphen aan den Rijn

Postbus 506

2400 AM Alphen aan den Rijn

0172 - 74 74 12

06 - 15 40 66 30

KANTOORTIJDEN

 

Neem gerust contact met ons op. Wij maken graag kosteloos en vrijblijvend kennis met u.

 

Maandag - Vrijdag: 09:00 to 17:00

 

K.v.K. 60651148

BTW-nummer NL853999910B01

© Copyright 2017. Alle rechten voorbehouden. Algemene voorwaarden | Klachtenregeling | Disclaimer | Wij bieden onze diensten aan in onder meer

Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht, waarbij we in het bijzonder Alphen aan den Rijn, Leiden, Gouda, Den Haag en Amsterdam noemen.